Bij een deurcontact blijft de lamp alleen branden zolang de deur open staat. Als mensen vaak meer dan een paar seconden in de koel- of vriescel verblijven is een aanwezigheidssensor een betere oplossing. Als een deurcontact of sensor niet mogelijk is, installeer dan op z'n minst een detectielamp aan de buitenkant van de koel- of vriescel. Deze maakt van buitenaf zichtbaar of de lamp in de cel aan is.
De buitenlucht is een groot deel van het jaar in staat voldoende koeling te leveren. Onderzoek bij gebouwen waar elektrische koeling nodig is de mogelijkheden van vrije koeling. Door de koelinstallatie pas in te schakelen als de buitentemperatuur boven 16 of 18 °C komt, wordt veel onnodig elektriciteitsverbruik voorkomen. Vrije koeling kan in gebouwen met een luchtbehandelingskast, en in gebouwen met mechanische afvoer en natuurlijke toevoer.
Een grote cv-ketel die ook warm tapwater verzorgt is inefficiënt. Zo ook een ketel die buiten het stookseizoen alleen voor de productie van warm tapwater in bedrijf is. Koppel de verwarming van warm tapwater los van ruimteverwarming. Wek het warm tapwater op met een aparte ketel of warmtepomp.
Schakel gedurende koudere perioden (bijvoorbeeld als de buitentemperatuur 5°C kouder is dan de binnentemperatuur) de tochtsluis dusdanig dat de binnen- en buitendeur niet meer gelijktijdig open kunnen staan. Dit voorkomt onnodig energieverbruik en vergroot het comfort in de nabij gelegen ruimten.
Ontvochtigen kan efficiënt door gebruik te maken van een warmtepomp (COP van 5, ofwel rendement van 500%). Dit wordt condensatiedrogen genoemd. De warmtepomp ontvochtigt eerst de binnenlucht (met een temperatuur van circa 30 °C en een luchtvochtigheid van 15 gram/m3 tot een temperatuur van 5 °C en een luchtvochtigheid van 6 gram/m3) en verwarmt deze daarna (tot een temperatuur hoger dan 30 °C en een luchtvochtigheid van 6 gram/m3).
Door energieverbruik te registreren en te analyseren kan je beoordelen of het verbruik hoog of juist laag is en maatregelen nemen om het energieverbruik te verminderen. Actief energiebeheer levert 5 tot 10% besparing op. Deze maatregel bevat informatie over wettelijke verplichtingen en hulpmiddelen en advies tot welk detailniveau te analyseren.
Traditionele verwarming werkt meestal met een aanvoerwatertemperatuur van 70-80°C en een retourtemperatuur van 50-65°C. Een alternatief is lagetemperatuurverwarming (LTV). Stoken met lagere temperaturen is vaak zuiniger en maakt het mogelijk om duurzame lage temperatuur warmtebronnen te gebruiken.
Stel een onderhoudsschema op. Resulteert in minder waterverlies en, in het geval van warm water, ook minder energieverlies. De besparingen kunnen flink oplopen. Een kraan die 10 druppels per minuut lekt, veroorzaakt per jaar een verlies van ongeveer 2.000 liter. Een toilet dat een halve liter water per minuut verliest, zorgt voor een dagelijkse waterverspilling van 720 liter. Per jaar loopt dit op tot een verspilling van meer dan 260.000 liter, waarmee een zwembad van 25 bij 10 meter tot 1 meter gevuld kan worden.
Tijdens gebruikstijden wordt de binnentemperatuur bepaald door de gewenste (comfort-)temperatuur voor de gebruikers. Deze gewenste (comfort-)temperatuur kan tijdens de nachtperiode en in het weekend lager zijn. Hoe laag is afhankelijk van de mate van isolatie.
Hout (snippers of pellets), bio-olie en biogas kunnen gebruikt worden voor opwekking van elektriciteit en verwarming via een bio-warmtekrachtkoppeling (bio-WKK).
Abonneer je op onze doe-het-zelf-nieuwsbrief met inspirerende voorbeelden, hulpmiddelen en maatregelen om met je bedrijf of organisatie te werken aan duurzaam ondernemen. Max. 10 keer/jaar.
Je ontvangt een e-mail om je aanmelding te bevestigen.