Bij het spuiten komt 40 tot 85% van de lak of verf op het werkstuk. De resterende hoeveelheid verf of lak (overspray: 15 tot 60%) komt naast het werkstuk terecht en wordt in veel gevallen als gevaarlijk afval afgevoerd. De overspray kan in bepaalde gevallen teruggewonnen worden door bijvoorbeeld: een terugwinscherm, koellakwand of lakgordijn. Deze maatregel leidt tot minder grondstofgebruik en minder (gevaarlijk) lakafval.
Kies voor UV-stralingshardende lak omdat er bij deze lak is er nauwelijks of geen afval is en omdat de lak oplosmiddelvrij of -arm (max 5%) is. UV-lakken kunnen op meerdere manieren (borstelen, gieten, walsen, spuiten, vacuĂĽm coating) worden aangebracht. Daarna worden de gelakte voorwerpen op een transportband door een belichtingseenheid geleid, waarin ze aan UV-straling worden blootgesteld en de lak in enkele seconden uithardt.
Resthout en zaagsel kunnen in het bedrijf als brandstof gebruikt worden. Huidige houtverbrandingsinstallaties hebben een hoog rendement (> 80 %). De vrijkomende warmte wordt gebruikt om warm water, gebouwen, spuitcabines, houtdrogers, etc. te verwarmen. Installaties voor de verbranding van resthout zijn verkrijgbaar vanaf een vermogen van ongeveer 20 kW (geschikt voor de verbranding van 5 tot 6 ton resthout per 1.000 vollast uren).
Bij het opdelen van plaatmaterialen (met standaard bladmaten) in de benodigde panelen ontstaan reststroken. Om het opdeelverlies te minimaliseren kan een computerprogramma voor plaatoptimalisering worden gebruikt. Het programma selecteert in korte tijd een zaagplan op basis van de berekening van de laagste kosten per vierkante meter.
Grote warmteverliezen worden veroorzaakt door de afzuiging van lucht met houtstof uit de houtbewerkingsruimte. Deze warmteverliezen kunnen worden beperkt door de afgezogen warme lucht eerst te filteren met een doeken- of mouwenfilter en daarna met behulp van kleppen in de luchtkanalen terug te voeren naar de bedrijfsruimte (recirculatie). Deze maatregel kan leiden tot een aanzienlijke reductie van het energieverbruik
Met een schrobzuigmachine worden vloeren met een minimale hoeveelheid water en schoonmaakmiddelen nat gereinigd. De werkwijze is eenvoudig en snel. Deze maatregel bespaart op het gebruik van water en schoonmaakmiddelen, hierdoor ontstaat ook minder afvalwater. De omvang van de besparing is afhankelijk van het gebruik van de machine en de bedrijfssituatie.
Door de lage druk, 5 tot 10 maal lager dan bij conventioneel spuiten, ontstaat minder verneveling en minder terugslag van verf. Het aanbrengrendement (55 tot 80%) is hoger dan bij conventioneel pneumatisch spuiten (30 tot 60%). Kies voor een bovenbekerpistool. Een bovenbekerpistool kan in tegenstelling tot een onderbekerpistool helemaal leeggespoten worden.
Het gebruik van tape, maskeerpapier en folie bij spuitwerkzaamheden kan op meerdere manieren worden verminderd: Denk aan de juiste tape (type en breedte), maskeerpapier van minimale dikte en breedte, hergebruik maskeerpapier, etc. Maak afspraken over het gebruik, bijvoorbeeld in het werkoverleg. Het verbruik van deze materialen is sterk persoonsafhankelijk. Aandacht bespaart.
Drie maatregelen: 1) Kies voor een spuitcabines of -wand waar de lucht wordt aangezogen via een zo klein mogelijke aanzuigopening en met een optimale luchtsnelheid. Voorzie de spuitcabines van dubbele deuren en zorg voor een goede isolatie van de luchtkanalen tussen brander en de spuitcabine, met bijvoorbeeld glaswol. 2) Schakel de afzuiging van de spuitcabine en de pomp van het watergordijn uit als enige tijd niet gespoten wordt. 3) Zorg voor recirculatie van afgezogen lucht via een discontinu recirculatiesysteem.
Abonneer je op onze doe-het-zelf-nieuwsbrief met inspirerende voorbeelden, hulpmiddelen en maatregelen om met je bedrijf of organisatie te werken aan duurzaam ondernemen. Max. 10 keer/jaar.
Je ontvangt een e-mail om je aanmelding te bevestigen.