Het isoleren van buitengevels verhoogt het comfort en voorkomt warmteverlies en hoge energiekosten. Wettelijk minimum bij nieuw- en verbouw is een warmteweerstand (Rc) van 4,5 m2K/W. De manier van naĂŻsoleren is afhankelijk van de bouwwijze van de gevels.
Apparaten die elektriciteit gebruiken (zoals verlichting, server of compressor), produceren warmte. Hierdoor kan, meestal buiten het stookseizoen, warmteoverlast ontstaan. Kies voor mechanische afzuiging van de warmte bij de bron. Zo verminder je de behoefte aan elektrische koeling en/of voorkom je dat elektrische koeling nodig is.
Een gelijkstroomventilator is een energiezuinig alternatief voor een wisselstroomventilator. Ook produceert deze in deellast minder geluid en is beter te regelen. Gelijkstroomventilatoren besparen jaarlijks ruim 40% elektriciteit ten opzichte van een wisselstroommotor.
Pompen in gekoeld watersystemen draaien vaak continu, ook wanneer geen koeling nodig is. Gemiddeld wordt er 1.000 uur per jaar gekoeld. Als de pomp nooit uitgeschakeld wordt, draait deze gemiddeld 7.760 uur onnodig. Installeer daarom een pompschakelaar.
Als de buitentemperatuur hoger is dan 16 °C en de cv-installatie is warm, is de stookgrens mogelijk niet goed ingesteld. De stookgrens is de maximale buitentemperatuur waarbij een cv-ketel of cv-groep aanslaat. Een te hoge stookgrens veroorzaakt energieverspilling in het voor- en het najaar: de cv-ketel of cv-groep levert dan warmte, terwijl interne warmtebronnen voldoende warmte leveren om een comfortabele binnentemperatuur te handhaven.
Een daglichtgeleidingssysteem of daglichtspot is een kleine ronde daglichtkoepel met daaronder een buis met een reflecterende binnenwand die het licht tot ongeveer 10 meter het gebouw in transporteert. Ze zijn handig voor ruimtes die niet grenzen aan buiten, en ruimtes waar lichtkoepels voor oververhitting zorgen.
Biodiesel en bio-ethanol kan bijgemengd worden toegepast in voertuigen, mobiele werktuigen en aggregaten. Bij hogere percentages zijn mogelijk aanpassingen aan de motor nodig. Biobrandstoffen zijn over het algemeen iets duurder dan fossiele brandstoffen. De CO2-winst van deze biobrandstoffen uit afval en residuen kan oplopen tot 89%.
Kleine windmoelen of windturbines zijn turbines met een tiphoogte tot maximaal 15 meter en een relatief klein vermogen (max. 20 kW). Je plaatst de kleine turbine op of bij het bedrijfsgebouw. Off-grid of aan de kust is financieel het interessants. Kleine windturbines maken duidelijk zichtbaar dat je aan duurzame energie werkt. Kleine windmolens zijn niet zo milieuvriendelijk
Wanneer een locatie niet goed bereikbaar is met het openbaar vervoer of wanneer er een parkeerprobleem kan er bij voldoende potentiele reizigers een pendeldienst ingezet worden. Enerzijds worden mensen zonder auto geholpen en anderzijds wordt het autogebruik in de directe omgeving beperkt. Wat vaak verkeersoverlast en luchtvervuiling oplevert voor de omgeving.
Abonneer je op onze doe-het-zelf-nieuwsbrief met inspirerende voorbeelden, hulpmiddelen en maatregelen om met je bedrijf of organisatie te werken aan duurzaam ondernemen. Max. 10 keer/jaar.
Je ontvangt een e-mail om je aanmelding te bevestigen.