Bij een deurcontact blijft de lamp alleen branden zolang de deur open staat. Als mensen vaak meer dan een paar seconden in de koel- of vriescel verblijven is een aanwezigheidssensor een betere oplossing. Als een deurcontact of sensor niet mogelijk is, installeer dan op z'n minst een detectielamp aan de buitenkant van de koel- of vriescel. Deze maakt van buitenaf zichtbaar of de lamp in de cel aan is.
Voor een goede warmteafgifte moet volop verse (zo koud mogelijke) buitenlucht de condensor bereiken en de opgewarmde lucht daarna goed worden afgevoerd. Adviezen: Zet de condensor buiten, bij voorkeur in de schaduw of op een wit dak. Controleer de condensor jaarlijks op roestvorming, bladeren en overig vuil. Zorg dat een inpandige condensor vrij staat.
De buitenlucht is een groot deel van het jaar in staat voldoende koeling te leveren. Onderzoek bij gebouwen waar elektrische koeling nodig is de mogelijkheden van vrije koeling. Door de koelinstallatie pas in te schakelen als de buitentemperatuur boven 16 of 18 °C komt, wordt veel onnodig elektriciteitsverbruik voorkomen. Vrije koeling kan in gebouwen met een luchtbehandelingskast, en in gebouwen met mechanische afvoer en natuurlijke toevoer.
Voorkom elektriciteitsverbruik in een gekoelde ruimte zoveel mogelijk. Alle elektriciteit wordt uiteindelijk in warmte omgezet, en moet dan weer 'weggekoeld' worden. Hierdoor wordt onnodig elektriciteit verbruikt.
Koel- en vriescellen met slecht sluitende deuren gebruiken meer elektriciteit dan koel- en vriescellen met goed sluitende deuren. Ook gaat het de kwaliteit van de opgeslagen producten achteruit (door de warmte en het vocht die iedere keer binnenkomt).
Controleer regelmatig of sprake is van ijsvorming op de verdamper. Door ijsafzetting op de verdamper kan deze zijn koude minder goed kwijt, waardoor het rendement van de installatie afneemt. Maak de verdamper ijsvrij door de verdamper te ontdooien. Handmatig of met automatische ventilatie-ontdooiing middels heetgasregeling of elektrisch verwarmingselement.
Ontvochtigen kan efficiënt door gebruik te maken van een warmtepomp (COP van 5, ofwel rendement van 500%). Dit wordt condensatiedrogen genoemd. De warmtepomp ontvochtigt eerst de binnenlucht (met een temperatuur van circa 30 °C en een luchtvochtigheid van 15 gram/m3 tot een temperatuur van 5 °C en een luchtvochtigheid van 6 gram/m3) en verwarmt deze daarna (tot een temperatuur hoger dan 30 °C en een luchtvochtigheid van 6 gram/m3).
Door energieverbruik te registreren en te analyseren kan je beoordelen of het verbruik hoog of juist laag is en maatregelen nemen om het energieverbruik te verminderen. Actief energiebeheer levert 5 tot 10% besparing op. Deze maatregel bevat informatie over wettelijke verplichtingen en hulpmiddelen en advies tot welk detailniveau te analyseren.
Anticondensfolie of coating aan de binnenzijde van de deur zorgt ervoor dat er minder condens op de ruit komt en dat de ruit doorzichtig blijft. De ruit (elekrisch) verwarmen is niet meer nodig. Dat bespaart veel energie, waardoor de investering voor deze maatregel in ongeveer acht maanden wordt terugverdiend.
Abonneer je op onze doe-het-zelf-nieuwsbrief met inspirerende voorbeelden, hulpmiddelen en maatregelen om met je bedrijf of organisatie te werken aan duurzaam ondernemen. Max. 10 keer/jaar.
Je ontvangt een e-mail om je aanmelding te bevestigen.