In 2026 blijven wet- en regelgeving een belangrijke stimulans voor verduurzaming. Ook dit jaar krijgen ondernemers en organisaties te maken met nieuwe verplichtingen. Deze ondersteunen de doelen van het Klimaatakkoord: in 2030 minimaal 55% minder CO2-uitstoot en in 2050 volledig klimaatneutraal. Daarnaast streeft Nederland naar een volledig circulaire economie in 2050.
In dit artikel hebben we de wet- en regelgeving op een rijtje gezet die in 2026 wijzigt, nieuw is, of actie vraagt. We hebben deze verdeeld over organisatie, gebouw, vervoer, afval & grondstoffen en flora & fauna. Wil je alle wet- en regelgeving weten die voor jouw bedrijf of organisatie van toepassing is? Ga naar Maatregelen op maat van de overheid: “Alle maatregelen die u kunt nemen om zich aan de regels te houden die altijd gelden voor een werkzaamheid.”
Organisatie
CSRD
Zoals het er nu naar uit ziet gaat de grens voor de tweede lichting CSRD-plichtige bedrijven omhoog naar meer dan 1.000 medewerkers en een jaaromzet van meer dan 450 miljoen euro. Zij rapporteren vanaf boekjaar 2027 aan de hand van vereenvoudigde standaarden. Leestip voor inspiratie: de verslagen van CSRD Awards winnaars en het CSRD Best Practices rapport.
EED-audit
In 2026 worden nieuwe regels voor de EED gepubliceerd die gelijk of uiterlijk een jaar later ingaan. Twee belangrijke wijzigingen:
- De grens waarop bedrijven EED-plichtig zijn, is aangepast van een omzet- én FTE-criterium naar energieverbruik. Bij een verbruik van 10 TJ is jouw bedrijf EED-plichtig (ter vergelijk : 10 TeraJoule is 2,8 miljoen kWh elektra óf 316.000 m3 aardgas). Van de ruim 1.000 grote bedrijven in Nederland met een energieverbruik boven 85 TJ wordt een energiebeheerssysteem gevraagd.
- Naast een energieanalyse en maatregelenlijst vraagt de overheid vanaf 2027 om een actieplan en bij volgende rapportages de voortgang van de acties. Zo kan de overheid actief toezicht houden op de voortgang. De tijd dat een EED-rapport na oplevering in de la verdwijnt, is daarmee voorbij.
Een keurmerk zoals ISO 50001, CO2-Prestatieladder of Milieuthermometer Zorg blijft een alternatieve invulling.
Erkende Maatregelen (EML)
Voor de volgende Informatieplichtronde in 2027 werkt de overheid aan een nieuwe lijst erkende maatregelen die eind 2026 wordt gepubliceerd. Zoals het er nu uitziet wordt deze lijst korter en betreft het alleen maatregelen voor een zelfstandig moment met een terugverdientijd van zeven jaar of minder.
Gebouw
GACS
Met ingang van 2026 moeten gebouwen met verwarmings- of airconditioningssystemen met een vermogen van meer dan 290 kW zijn voorzien van een gebouw-automatiserings- en controlesysteem (GACS). Echter, de overheid stelt waarschijnlijk pas in het eerste kwartaal van 2026 de precieze eisen die aan een GACS gesteld worden vast. Vanaf 1 januari 2030 is er een drempelverlaging van 290 kW naar 70 kW. Lees verder over GACS op de website van RVO.
Ons advies: informeer bij je installatie-adviseur wat er in jouw gebouw moet gebeuren. Geef de opdracht om de aanpassingen te doen pas als de eisen zijn vastgesteld door de overheid, zodat je weet dat je het goede doet.
EPBD IV
De Nederlandse overheid is druk bezig de Europese richtlijn te implementeren. De meest opvallende maatregelen in de EPBD IV:
- Vanaf 2030 moet de energieprestatie van alle bestaande utiliteitsgebouwen beter zijn dan van de slechtst presterende 16% uit 2020. In 2033 geldt dat voor de slechtste 26%. Het is nog niet bekend wat dat precies gaat betekenen. Zoals kantoren tegenwoordig minimaal label C moeten hebben, zal het voor andere utiliteitsgebouwen waarschijnlijk label D of beter betekenen in 2030 en label C of beter in 2033.
- Een gebouw-automatiserings- en controlesysteem (GACS) is vanaf 2030 ook verplicht voor gebouwen met verwarmings- of airconditioningssystemen met een vermogen van meer dan 70 kW. Vanaf 2026 geldt dit vanaf 290 kW.
- Automatische lichtregelsystemen zijn verplicht voor alle utiliteitsgebouwen, op basis van het vermogen van het verwarmings- of airco-systeem:
-
- > 290 kW: vanaf 2028
- > 70 kW: vanaf 2030
Het betreft automatische regeleenheden voor verlichting die “op passende wijze per zone zijn ingedeeld en bezetting kunnen detecteren”.
- De eis voor het aantal laadpunten voor elektrische voertuigen wordt fors uitgebreid, zowel voor nieuwbouw (minimaal 1 op 5 parkeerplaatsen) als voor bestaande bouw (vanaf 2027, minimaal 1 op 10). Bovendien moeten deze laadpunten geschikt zijn voor slim of bidirectioneel laden. De helft van de overige parkeerplaatsen moet voorzien zijn van voorbekabeling (nieuwbouw) of leidingdoorvoeren (bestaande bouw), zodat je het aantal laadpalen snel kunt uitbreiden.
- Er komen voor utiliteitsgebouwen minimale eisen voor het aantal fietsparkeerplaatsen (10-15% van de gebruikscapaciteit), met ook een fietsparkeerplaats met “grotere afmetingen dan een standaardfiets”.
- De energielabelsystematiek wordt aangepast en uitgebreid:
-
- Voor emissievrije gebouwen (ZEB) komt vanaf mei 2026 de klasse A0 erbij.
- Een energielabel wordt ook verplicht bij een ingrijpende renovatie of bij de verlenging van een huurovereenkomst.
- Monumenten zijn vanaf mei 2026 niet meer uitgezonderd van de labelplicht.
- Het advies op het energielabel voor mogelijke besparingen wordt fors uitgebreid.
- Advies over de verbetering van de binnenmilieu-kwaliteit wordt onderdeel van het energielabel.
Meer informatie over EPDB IV op de website van RVO.nl.
MilieuPrestatie Gebouwen (MPG)
Vanaf 2018 geldt een wettelijke grenswaarde voor de milieubelasting van de bouwmaterialen (MPG) van nieuwe woningen en kantoren. Per 1 januari 2026 treden belangrijke wijzigingen in werking voor de MPG. Hoewel de oorspronkelijke plannen voor een strengere eis voor woningen (van 0,8 naar 0,5) door de minister zijn uitgesteld, verandert de rekenmethode en de reikwijdte van de eis per 1 januari aanzienlijk. Meer informatie over MPG op de website van RVO.nl.
Vervoer
Gegevensverzameling werkgebonden personenmobiliteit (WPM)
Vanaf 1 juli 2024 moeten werkgevers met 100 of meer werknemers jaarlijks de CO2-uitstoot van de reizen van hun personeel registreren. Lees verder in de handreiking van RVO.
De Rijksoverheid besluit in 2026 over het aanpassen van WPM omwille van het verminderen van regeldruk. RVO noemt dat WPM dan gaat gelden voor organisaties met meer dan 250 werknemers, in plaats van 100.
Afval & grondstoffen
Circulair Materialenplan
Het Circulair Materialenplan (CMP) helpt overheden en bedrijven met duidelijke regels en informatie over het gebruik van grondstoffen, het verwerken van afval en het aanvragen van vergunningen. Hiermee ondersteunt het CMP de transitie naar de circulaire economie. Het CMP geldt vanaf 30 december 2025 en is de opvolger van het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP). Op de bedrijvenpagina lees je wat het CMP voor jouw bedrijf betekent. Alle bedrijven zijn verplicht om afval te scheiden. De Afvalwijzer voor bedrijven is op basis van het CMP aangepast.
Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR)
De Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR) geldt voor producenten en importeurs en is de opvolger van de huidige Europese verpakkingsrichtlijn, de Packaging and Packaging Waste Directive. De verplichtingen in de PPWR gaan op zijn vroegst op 12 augustus 2026 in. Onderwerpen omvatten de recyclebaarheid van verpakkingen, gebruik van gerecycled plastic in verpakkingen, gebruiken van minder verpakkingsmateriaal en uitgebreidere administratie. Denk verder aan tariefdifferentiatie op basis van recyclebaarheid van verpakkingen, duidelijkere labeling van de materiaalsamenstelling van de verpakking, doelen voor hergebruik/refill en een verbod op aanvullende plastic verpakkingen.
Digitaal Productpaspoort (DPP)
De EU voert het Digitaal Productpaspoort (DPP) in als onderdeel van de Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR), die in 2024 van kracht werd. Het DPP is een verplicht digitaal dossier dat stap voor stap wordt ingevoerd, te beginnen bij productgroepen met een relatief grote milieu-impact. De wettelijke eisen worden momenteel uitgewerkt voor onder meer batterijen, staal- en aluminiumproducten, textiel, banden en meubels. Voor andere productgroepen volgt de regelgeving in de komende jaren.
Via een QR-code of RFID-chip krijgen bedrijven, consumenten en toezichthouders toegang tot relevante productgegevens, zoals duurzaamheidsprestaties en instructies voor reparatie of hergebruik. De invoering vraagt van bedrijven dat zij tijdig beginnen met het organiseren van product- en keteninformatie die voor het DPP vereist zijn.
Informeer bij je brancheorganisatie wat het DPP voor jouw bedrijf betekent en welke voorbereidingen passend zijn.
Verbod op plastic wegwerpbekers
- Sinds 2023 zijn er regels die het gebruik van plastic wegwerpbekers en -bakjes terug moeten dringen. Herbruikbaar is nu de norm: wegwerp werd in de meeste situaties ‘op locatie’ verboden en voor ‘to-go’ kwam er een toeslag. Deze regels komen voort uit de Europese Single-Use Plastics (SUP) richtlijn. Na een paar jaar ervaring volgen aanpassingen in de regels. Herbruikbaar blijft de standaard en eerder genoemde uitzonderingen vervallen.
- Op plekken waar je ‘op locatie’ iets eet of drinkt, maar herbruikbaar lastig is, mag gebruik worden gemaakt van wegwerpplastics, mits de bekers en bakjes ingezameld en gerecycled worden.
- Bij consumptie ‘to-go’ moet de klant nog steeds een herbruikbaar alternatief aangeboden krijgen, maar de verplichte toeslag bij wegwerpvarianten vervalt. Ondernemers kunnen nog wel kiezen voor korting bij ‘bring your own’.
De regels gaan formeel pas in 2027 in (zodat bedrijven zich voor kunnen bereiden), maar handhaving volgt nu al de nieuwe situatie.
Zwerfafval opruimen rond je bedrijf
Je gemeente bepaalt vanaf 1 januari 2024 via het omgevingsplan wat je moet doen om de omgeving van je bedrijf schoon te houden. Gemeenten werken tot uiterlijk 2032 aan deze nieuwe regels. Totdat je gemeente daarvan afwijkt, ben je verplicht zwerfafval van producten dat van bedrijfsactiviteiten afkomstig is in een straal van 25 meter rond je bedrijf op te ruimen. Denk aan verpakkingen van verkochte consumpties.
Flora & Fauna
In 2023 heeft de Raad van State bepaald dat bedrijven en woningeigenaren die een spouwmuur willen isoleren, eerst moeten onderzoeken of er vleermuizen of andere dieren in zitten. Alleen met een camera tussen de muren kijken is niet voldoende.
Ook in 2026 is daarom actie nodig als je wilt (ver)bouwen of isoleren. Controleer vooraf op de Beschermde SoortenIndicator (BESI; zoek op ‘verbouwen’) of er sprake kan zijn van beschermde diersoorten en of je daar een onderzoeksrapport over op moet laten stellen. Begin hier op tijd mee want vervolgonderzoek mag alleen tussen september en februari worden uitgevoerd om verstoring tijdens broed- en kraamseizoen te voorkomen. Zitten er mogelijk beschermde diersoorten? Dan heb je een omgevingsvergunning nodig.
Soorten Management Plan (SMP)
De gemeente kan aantonen dat zij voldoen aan de Wet Natuurbescherming en een plan hebben om soorten te beschermen: een Soorten Management Plan (SMP). De provincie kan een gemeente een gebiedsgerichte omgevingsvergunning toekennen. Deze vergunning heeft een looptijd van maximaal 10 jaar. Veel gemeentes zijn hiermee bezig en hebben inmiddels een pre-SMP. Door deze aanpak is individueel ecologisch onderzoek niet meer nodig.
Heeft de gemeente geen (pre-)SMP? Vanaf 7 maart 2025 mogen erkende isolatiebedrijven aantonen of vleermuizen in de spouwmuren zitten met de eDNA-methode (e=Environmental) (artikel 4.31c Or). Als er geen DNA-materiaal van vleermuizen is aangetroffen, kan meteen worden gestart met na-isolatie. Nader onderzoek en/of vleermuisvriendelijke maatregelen zijn dan niet nodig. Is er wel DNA van vleermuizen, dan is een nader onderzoek nodig en is een vergunning aanvragen noodzakelijk als gevolgen voor vleermuizen niet te voorkomen zijn.
Het Expertisecentrum Verduurzaming Zorg heeft een speciale pagina geschreven over Flora en Fauna wetgeving voor zorgvastgoed. Die is ook grotendeels bruikbaar voor andere vastgoedeigenaren. Er komt een precieze vertaling voor ondernemers in 2026.
Dit overzicht is tot stand gekomen met bijdragen van meerdere Stimular-adviseurs, ieder vanuit hun eigen expertise.