De rendementen van gasgestookte stoomgeneratoren zijn beter dan die van stoomketels. De warmteoverdracht vindt bij een generator op een kleiner oppervlak plaats, waardoor warmteverliezen bij de brander kleiner zijn. Een generator is (fysiek) kleiner dan een ketel. Doordat het rendement van een generator hoger is kan bovendien volstaan worden met een kleiner vermogen. Deze maatregel leidt tot een besparing van 5 tot 10 % op het gasverbruik van het stoomsysteem.
Dikwijls kan men energie en geld besparen door het stoomnet (180°C), het condensaatnet (100°C) en het warmwatersysteem (60°C) beter te isoleren. Vergeet hierbij de flenzen en kranen niet.
Retarders bestaan uit metalen spiralen die in de ketel worden geplaatst. Hierdoor wordt de warmte van de rookgassen beter overgedragen aan het ketelwater. Het plaatsen van een retarder levert 1% tot 2% rendementsverbetering op.
Lekkende condenspotten is een belangrijke oorzaak van energieverlies in een stoomsysteem. Laat daarom de condenspotten minstens 1 keer per jaar nakijken. Om een goede werking van condenspotten vast te stellen zijn metingen met stethoscoop of ultrasone detectie nodig. Deze metingen moeten door specialisten worden uitgevoerd.
Stem de keteldruk af op de energievraag. Hoe lager de druk, hoe lager de energieverliezen en hoe langer de levensduur van het stoomnet. Ga na bij welke stoomdruk de aangesloten apparatuur nog goed werkt. Deze maatregel leidt tot een besparing van 1 tot 2 % op het gasverbruik van de stoomketel.
Vermijd warmteverliezen en win warmte terug uit condensaat door: Condensaat naar de ontgasser te voeren en opnieuw te gebruiken in de ketel, Condensaat te ontspannen (flashen) in een ontspanningsvat. Hierbij komt stoom en condensaat vrij. Condensaat langs een warmtewisselaar te leiden en de warmte te gebruiken voor het voorverwarmen van suppletiewater.
Minimaliseer rookgasverlies door een optimale afstelling van de gas/lucht-verhouding van de branders. Zorg voor goed onderhoud van de branders (en andere ovenmaterialen) om het gasgebruik te optimaliseren.
Wanneer een gereedschap- of krattenwasmachine wordt gevoed met koud water, is elektriciteit nodig om het koude water (circa 10°C) tot een gewenste temperatuur van circa 85°C te verwarmen. Door de machine aan te sluiten een warmwaterleiding van minimaal 60°C kan energie worden bespaard. Er zijn twee opties: 1) Machine aansluiten op bestaande warmwaterleiding 2) HR107-ketel plaatsen t.b.v. de machine. Het elektrisch naverhitten van het water om de gereedschappen na te spoelen (circa 85° C), blijft noodzakelijk.
Wanneer pompen in een ringleidingsysteem buiten bedrijfsuren (zon- en feestdagen en vakantiesluiting) uitgeschakeld worden, bespaart dat 1.250 tot 4.000 draaiuren per jaar. De pompen kunnen in- en uitgeschakeld worden met een tijdschakelaar, thermostaat of handmatig. Naast het voordeel van energiebesparing door het uitschakelen van de pompen, wordt ook warmteverlies bij de circulatieleidingen voorkomen.
Abonneer je op onze doe-het-zelf-nieuwsbrief met inspirerende voorbeelden, hulpmiddelen en maatregelen om met je bedrijf of organisatie te werken aan duurzaam ondernemen. Max. 10 keer/jaar.
Je ontvangt een e-mail om je aanmelding te bevestigen.