Met tussenmeters kan het energie- of waterverbruik van gebouwdelen, bedrijfsonderdelen of een installatie apart bemeterd worden. Door het plaatsen van een tussenmeter voor gas, elektriciteit en water, krijgt de gebruiker meer inzicht. Daarmee kan sneller worden opgetreden als een afwijking wordt geconstateerd en/of het werkelijke verbruik in rekening gebracht worden.
Veel elektrische apparaten zijn voorzien van een energielabel dat aangeeft hoe zuinig het apparaat is in zijn klasse. A (of soms nog A+++) is het meest zuinig en G is het minst zuinig. Apparaten met een goed energielabel zijn iets duurder in de aanschaf, maar goedkoper in het gebruik. Gemiddeld bespaar je per labelstap 10 tot 20% elektriciteit.
Zorg in het bedrijf voor twee soorten stopcontacten: die waar de spanning af gaat buiten werktijd en een (beperkt) aantal dat altijd aan blijft. Door deze stopcontacten in het pand op verschillende elektriciteitsgroepen aan te sluiten kan een groot deel van de stopcontacten spanningsvrij worden gemaakt op het moment dat de beveiliging op het pand wordt aangezet. Door de stopcontacten die altijd aan blijven een afwijkende kleur/sticker te geven, is het duidelijk welke stopcontacten waarvoor bedoeld zijn.
Een verhuizing is het ideale moment om het reisgedrag van je medewerkers te beĂŻnvloeden. Medewerkers hebben nog geen vast reispatroon opgebouwd en staan open voor nieuwe mogelijkheden. Er zijn meerdere mogelijkheden te stimuleren dat medewerkers duurzame keuzes maken bij het reizen.
Een grote cv-ketel die ook warm tapwater verzorgt is inefficiënt. Zo ook een ketel die buiten het stookseizoen alleen voor de productie van warm tapwater in bedrijf is. Koppel de verwarming van warm tapwater los van ruimteverwarming. Wek het warm tapwater op met een aparte ketel of warmtepomp.
Traditionele verwarming werkt meestal met een aanvoerwatertemperatuur van 70-80°C en een retourtemperatuur van 50-65°C. Een alternatief is lagetemperatuurverwarming (LTV). Stoken met lagere temperaturen is vaak zuiniger en maakt het mogelijk om duurzame lage temperatuur warmtebronnen te gebruiken.
Zorg dat de convectie bij radiatoren (luchtstroming door de temperatuurverschillen) ongehinderd plaats kan vinden door: 1) de aanschaf van een designradiator, of 2) de radiator te schilderen.
Bij lage buitentemperaturen moeten radiatoren meer warmte afgeven dan bij hogere buitentemperaturen. Dit doe je bij voorkeur door de temperatuur van het cv-water aan te passen. Dit heet 'stooklijn'. Idealiter is de stooklijn zo laag mogelijk (aanvoertemperatuur cv verlagen).
Hout (snippers of pellets), bio-olie en biogas kunnen gebruikt worden voor opwekking van elektriciteit en verwarming via een bio-warmtekrachtkoppeling (bio-WKK).
Wettelijk minimum bij nieuw- en verbouw is een warmteweerstand (Rc) van 6 m2K/W. Er zijn meerdere methoden. Na isolatie is in de winter is het warmteverlies kleiner en in de zomer komt er minder warmte het gebouw binnen. De besparing bedraagt 5 tot 10 m3 aardgas per m2 dakoppervlak.
Abonneer je op onze doe-het-zelf-nieuwsbrief met inspirerende voorbeelden, hulpmiddelen en maatregelen om met je bedrijf of organisatie te werken aan duurzaam ondernemen. Max. 10 keer/jaar.
Je ontvangt een e-mail om je aanmelding te bevestigen.