Hout (snippers of pellets), bio-olie en biogas kunnen gebruikt worden voor opwekking van elektriciteit en verwarming via een bio-warmtekrachtkoppeling (bio-WKK).
Bij appendages (flenzen en afsluiters en andere onderdelen van een warm- of koudwatercircuit) gaat warmte verloren. Appendages isoleren is rendabel in gebouwen met een langdurige warmtevraag (bijvoorbeeld zorggebouwen, zwembaden, sporthallen), in warmtapwaterinstallaties en installaties met warme productleidingen. Voor het isoleren van appendages is vaak maatwerk nodig, waardoor de kosten hoger zijn dan voor het isoleren van leidingen. Desondanks verdient deze maatregel zich in korte tijd terug.
Wettelijk minimum bij nieuw- en verbouw is een warmteweerstand (Rc) van 6 m2K/W. Er zijn meerdere methoden. Na isolatie is in de winter is het warmteverlies kleiner en in de zomer komt er minder warmte het gebouw binnen. De besparing bedraagt 5 tot 10 m3 aardgas per m2 dakoppervlak.
Het isoleren van buitengevels verhoogt het comfort en voorkomt warmteverlies en hoge energiekosten. Wettelijk minimum bij nieuw- en verbouw is een warmteweerstand (Rc) van 4,5 m2K/W. De manier van naïsoleren is afhankelijk van de bouwwijze van de gevels.
Inregelen van cv en klimaatinstallaties moet je onderhouden. Controleer - in meerdere seizoenen en op meerdere momenten van de dag - het functioneren van de cv-installatie. Een eerste indicatie verkrijg je door de temperatuur van het cv-water te controleren. Controleer ook de data die de cv-regelapparatuur weergeeft. Vraag je installateur om hulp als je vermoedt dat de cv-installatie niet goed geregeld is.
In gebouwen met een gebalanceerd ventilatiesysteem kan 10% aardgas voor verwarming bespaard worden door tijdens het opwarmen van het gebouw de ventilatielucht voor 100% te recirculeren.
Bij een interne verschuiving, functieverandering of verbouwing worden temperatuursensoren regelmatig vergeten. Het gevolg is dat het gebouw niet energie-efficiënt verwarmd, gekoeld en/of geventileerd wordt. Zorg dat buiten-, binnen-, wind- en zonnestralingssensor op een goede plek hangen.
Kies bij vervanging van de oude luchtverwarmers voor zuinige HR-luchtverwarmers. Deze gebruikt minder gas dan een conventionele luchtverwarmer voor het produceren van dezelfde warmte. Er bestaan direct en indirect gestookte luchtverwarmers. De keuze hangt af van de situatie en warmtevraag. Indirect gestookte luchtverwarmers zijn aangesloten op de cv-installatie. Direct gestookte luchtverwarmers hebben een eigen brander. Het aardgas wordt ter plekke verbrand.
Abonneer je op onze doe-het-zelf-nieuwsbrief met inspirerende voorbeelden, hulpmiddelen en maatregelen om met je bedrijf of organisatie te werken aan duurzaam ondernemen. Max. 10 keer/jaar.
Je ontvangt een e-mail om je aanmelding te bevestigen.