Een veegschakeling is een vorm van een tijdschakelklok. Deze schakelt de binnenverlichting op (zelf in te stellen) voorgeprogrammeerde vaste tijdstippen uit. Gebruikers kunnen zelf de verlichting weer inschakelen. Alternatief is aan- of afwezigheidsdetectie.
bij hekwerkverlichting kan gebruik gemaakt worden van belichting van bovenaf of van onderaf. Kleurherkenning is niet noodzakelijk, daarom kan volstaan worden met een lamp met minder kleurweergave.
Ruimtes die onderling verbonden zijn maar verschillende functies en klimaateisen hebben, worden van elkaar gescheiden met flappen, snelsluitende deuren of losse wanden. Door de compartimentering kan op geconcentreerde wijze aan de warmte- of koudebehoefte worden voldaan en wordt dus minder ruimte nodeloos verwarmd of gekoeld. Dat betekent altijd een energiebesparing.
Via garagedeuren en transporttoegangen gaat over het algemeen veel warmte (en soms koude) verloren. Plaats, om tocht en warmteverlies te beperken, in of naast een grote transport- of garagedeur een kleine loopdeur als toegang voor medewerkers.
Wanneer verlichting alleen ter beveiliging is geĂŻnstalleerd, hoeft deze alleen te gaan bij aanwezigheid van indringers: de zogenaamde schrikverlichting. Dit kan met aanwezigheidsdetectie gekoppeld aan de buitenverlichting. Als indringers herkenbaar moeten zijn, is permanente verlichting noodzakelijk op inbraakgevoelige plaatsen. Bij camerabeveiliging moet de verlichting worden afgestemd op het minimale verlichtingsniveau dat de camera nodig heeft.
Door een efficiënte indeling van de verlichtingsmasten op een parkeerterrein en de juiste keuze van de hoogte van de mast en de soort verlichting kan de meest energiezuinige verlichting op een parkeerterrein worden geplaatst.
Telkens wanneer de deur opengaat, dringt veel warmte de vriescel binnen. Dit kan verminderd worden door, voor de toegangsdeur van de vriescel, een gekoelde voorruimte te plaatsen met een zo klein mogelijk wandoppervlak. Mogelijk kunnen toegangen van meerdere vriescellen voorzien worden van één centrale gekoelde voorruimte.
Het energieverbruik van de compressor is lager naarmate de temperatuur van de aangezogen lucht lager is. Omdat de temperatuur in de ruimte waar de compressor opgesteld staat meestal vrij hoog is, is het in die gevallen aan te raden een aanzuigkanaal naar buiten aan te leggen. Als dat niet mogelijk is, is aanzuigen uit een koudere bedrijfshal ook een verbetering.
Energetisch gezien is het optimaal als de compressor uitgezet wordt als er geen vraag naar perslucht is. Deze aan/uit-regeling is meestal niet mogelijk, omdat de motor bij een te hoog aantal schakelingen per dag hard slijt. Om die reden heeft de compressor een nullast-stand, waarin de motor draait maar er geen perslucht geleverd wordt. In nullast verbruikt de compressor 10 tot 35% elektriciteit van het verbruik bij vollast. Nullast moet daarom zoveel mogelijk worden beperkt. Bij een sterk fluctuerende persluchtvraag of in cascade systemen kan een frequentieregeling de capaciteit afstemmen op de persluchtvraag.
Abonneer je op onze doe-het-zelf-nieuwsbrief met inspirerende voorbeelden, hulpmiddelen en maatregelen om met je bedrijf of organisatie te werken aan duurzaam ondernemen. Max. 10 keer/jaar.
Je ontvangt een e-mail om je aanmelding te bevestigen.