Pas maatregelen toe waarmee de hoeveelheid water die door de kraan stroomt beperkt wordt. Denk aan volumestroombegrenzer, schuimstraalmondstuk, elektronische kranen, zelfsluitende kranen en mengkranen.
Als er een flinke koel- en verwarmingscapaciteit nodig is kan opslag van warmte en/of koude in de bodem zeer aantrekkelijk zijn. Opslag van warmte en/of koude in de bodem wordt in Nederland op grote schaal toegepast. Grootschalige WKO-systemen verdienen zich in 5 tot 10 jaar terug.
Wanneer er geen behoefte aan ventilatie is (omdat er niemand in de ruimte of het gebouw is), kan de ventilatie uit. Dit spaart elektriciteit voor de ventilatoren en brandstof voor verwarming. Er zijn meerdere regelingen mogelijk: koppeling met verlichting, tijdschakelaar, aanwezigheidsschakelaar of CO2-regeling.
Kengetallen stellen je in staat afval-, gas en waterstromen van jouw bedrijf te vergelijken met voorgaande jaren en met collegabedrijven. Voor de vergelijking maak je de cijfers onafhankelijk van de omvang van het werk. Vergelijking van de eigen kengetallen met die van de branche geeft aan hoeveel potentieel er is voor energiebesparing, afvalpreventie, (extra) afvalscheiding en beter vullen van containers. Dit inzicht kan leiden tot het nemen van preventieve milieumaatregelen en het verminderen van milieukosten.
Warmteterugwinning kan technisch gezien bij alle productiebedrijven worden toegepast om de warmte uit de uitgaande lucht, na affiltering van het stof, terug te winnen. Door toepassing van deze maatregel kan 10 tot 40% worden bespaard op het gas- of stookolieverbruik voor de ruimteverwarming.
Grote warmteverliezen worden veroorzaakt door de afzuiging van lucht met houtstof uit de houtbewerkingsruimte. Deze warmteverliezen kunnen worden beperkt door de afgezogen warme lucht eerst te filteren met een doeken- of mouwenfilter en daarna met behulp van kleppen in de luchtkanalen terug te voeren naar de bedrijfsruimte (recirculatie). Deze maatregel kan leiden tot een aanzienlijke reductie van het energieverbruik
Resthout en zaagsel kunnen in het bedrijf als brandstof gebruikt worden. Huidige houtverbrandingsinstallaties hebben een hoog rendement (> 80 %). De vrijkomende warmte wordt gebruikt om warm water, gebouwen, spuitcabines, houtdrogers, etc. te verwarmen. Installaties voor de verbranding van resthout zijn verkrijgbaar vanaf een vermogen van ongeveer 20 kW (geschikt voor de verbranding van 5 tot 6 ton resthout per 1.000 vollast uren).
Drie maatregelen: 1) Kies voor een spuitcabines of -wand waar de lucht wordt aangezogen via een zo klein mogelijke aanzuigopening en met een optimale luchtsnelheid. Voorzie de spuitcabines van dubbele deuren en zorg voor een goede isolatie van de luchtkanalen tussen brander en de spuitcabine, met bijvoorbeeld glaswol. 2) Schakel de afzuiging van de spuitcabine en de pomp van het watergordijn uit als enige tijd niet gespoten wordt. 3) Zorg voor recirculatie van afgezogen lucht via een discontinu recirculatiesysteem.
De volgende aanpassingen van het afzuigsysteem kunnen energie besparen: 1) Splitsen van het afzuigsysteem in twee of meerdere kleinere systemen, die apart kunnen worden ingeschakeld. 2) Beperken van de lengte van het afzuigsysteem, door onnodig lange afzuigkanalen aan te passen, machines dichter bij elkaar te plaatsen of de stofsilo dichter bij de houtbewerkingsruimte te plaatsen. 3) Aanzuigen van buitenlucht bij omkaste machines, door een buitenluchttoevoer aan te leggen.
Abonneer je op onze doe-het-zelf-nieuwsbrief met inspirerende voorbeelden, hulpmiddelen en maatregelen om met je bedrijf of organisatie te werken aan duurzaam ondernemen. Max. 10 keer/jaar.
Je ontvangt een e-mail om je aanmelding te bevestigen.