Als de deuren van de koel- of vriescel worden geopend, stijgt de luchttemperatuur snel en kan de compressor aanslaan, terwijl de producten nog voldoende koud zijn. Door gebruik te maken van een regeling die ervoor zorgt dat de compressoren vertraagd inschakelen t.o.v. de verdamperventilatoren kan onnodig draaien van de compressor worden voorkomen. Na overschrijding van de maximale luchttemperatuur wordt nu eerst de luchtcirculatie ingeschakeld. Hierdoor daalt de luchttemperatuur en wordt voorkomen dat de compressor onnodig wordt ingeschakeld.
Alle elektriciteit die gebruikt wordt, wordt uiteindelijk warmte. Voorkom onnodige warmtevorming in een koelcel of geklimatiseerde ruimte. Verwijder elektriciteitsverbruikende apparaten, doe verlichting en ventilatie zo veel mogelijk uit, en gebruik energiezuinige apparatuur.
Vaak sluiten deuren van koel- en vriescellen niet goed als gevolg van versleten deurrubbers. Vervang deze rubbers zodat de deuren weer goed sluiten. Test de sluiting van een deur met een vel papier. Stop het vel papier tussen deur en deurpost en sluit de deur. Het vel papier moet vastgeklemd blijven zitten. Koel- en vriescellen met slecht sluitende deuren gebruiken meer elektriciteit dan koel- en vriescellen met goed sluitende deuren. Ook gaat het de kwaliteit van de opgeslagen producten achteruit (door de warmte en het vocht die iedere keer binnenkomt).
Voor een goede warmteafgifte moet volop verse (zo koud mogelijke) buitenlucht de condensor bereiken en de opgewarmde lucht daarna goed worden afgevoerd. Adviezen: Zet de condensor buiten, bij voorkeur in de schaduw of op een wit dak. Controleer de condensor jaarlijks op roestvorming, bladeren en overig vuil. Zorg dat een inpandige condensor vrij staat.
Koelleidingen kunnen worden onderverdeeld in zuigleidingen en persleidingen. Zuigleidingen dienen altijd geïsoleerd te worden. Bij lage condensatiedruk (en lage temperatuur) is het ook zinvol de vloeistofleiding (persleiding) te isoleren.
Het rendement van de condensor kan worden verhoogd door de condensortemperatuur aan te passen aan de buitenluchttemperatuur. De condensatortemperatuur kan niet direct worden geregeld. Om daar invloed op uit te oefenen, moet de condensordruk worden aangepast: 1) Installeer op koel- en vriesinstallaties met elektronisch expansieventiel een condensordrukregeling. 2) Stel bij koel- en vriesinstallaties met een thermostatisch expansieventiel de condensordruk bij seizoenswisselingen (herfst/lente) handmatig in.
Koppel de ventilator aan de deur van de koel- of vriescel, zodat deze uit gaat op het moment dat de deur geopend wordt. Dit voorkomt dat onnodig koudeverlies optreedt bij het openen van de deur. De koppeling kan gerealiseerd worden met een deurcontact die verbinding maakt met de ventilator.
Vanwege variaties in het productieproces zijn koel- en vriescellen vaak slechts ten dele gevuld met producten. Een gedeeltelijke vulling van koelcellen heeft tot gevolg dat er meer lucht in de ruimte circuleert dan noodzakelijk is. Soms is het mogelijk de koel- of vriescel onder te verdelen met opvouwbare schermen, folies en beweegbare panelen.
Een condensor moet warmte uit de koel- en vriesruimten kunnen afgeven aan de omgeving. Als het condensoroppervlak vervuild raakt, vermindert de warmteafgifte en kan het energieverbruik van de condensor met 10% toenemen. Maak de condensor jaarlijks schoon. Zo wordt het energieverbruik laag gehouden.
In koelcellen draait vaak continu een ventilator bij de verdamper. De verdamperventilator hoeft echter niet te werken als de compressor niet in bedrijf is, dus als er geen warmte onttrokken wordt. Door de schakeling van de ventilator aan die van de compressor te koppelen wordt energie bespaard. Bijkomend voordeel is dat het uitdrogen van de producten wordt beperkt.
Abonneer je op onze doe-het-zelf-nieuwsbrief met inspirerende voorbeelden, hulpmiddelen en maatregelen om met je bedrijf of organisatie te werken aan duurzaam ondernemen. Max. 10 keer/jaar.
Je ontvangt een e-mail om je aanmelding te bevestigen.