Voor lokaal en regionaal transport vormen aardgasauto's een alternatief voor auto's op diesel en benzine. Voorwaarde hiervoor is een aardgasaanvulpunt in de buurt. Aardgas draagt bij aan verlaging van fijnstof, NOx- en CO2-uitstoot.
In het bestaande wagenpark kan je maatregelen nemen om de milieubelasting te verminderen met: goede bandenspanning, plaatsing van Air-Twisters, led-verlichting, uitwasbare luchtfilters, gerecyclede onderdelen, biologische oliën en smeermiddelen, watergedragen lakken.
Ruim de helft van alle auto’s rijdt met banden met onderspanning. Dat komt omdat autobanden, net als fietsbanden, langzaam hun spanning verliezen. Dat is ongeveer 0,2 bar per 3 maanden. Doordat de rolweerstand toeneemt, verbruikt de auto 2 tot 5 % extra brandstof. Ook neemt de bandenslijtage sterk toe, waardoor veel eerder nieuwe banden nodig zijn. Daarbij is rijden met de juiste bandenspanning veiliger.
Een Start - Stop - Systeem is een systeem dat stationair draaien van mobiele werktuigen voorkomt. De machinist kan met dit systeem de motor van de machine op afstand inschakelen en ook weer uitschakelen. Daarnaast is het mogelijk het systeem zo in te stellen, dat na 3 minuten stationair draaien de motor automatisch wordt uitgeschakeld. Hierdoor draait de machine alleen maar op het moment dat er vermogen gevraagd wordt, waardoor de omgeving en het milieu minder belast worden en geld wordt bespaard.
Indien het volume of het gewicht de beperkende factor is in de ritplanning, dan kan door het inzetten van grotere of lichtere voertuigen meer lading worden meegenomen. Hierdoor zijn er minder ritten nodig om de lading op de plaats van bestemming te krijgen.
Naar schatting 20 tot 30 % van alle verkochte hydrauliekolie komt in het milieu terecht. Smeermiddelen gaan altijd verloren. Het gebruik van biologisch afbreekbare smeermiddelen en oliën vermindert de milieuvervuilende emissies (naar lucht en bodem) in de gebruiksfase.
Roetdeeltjes uit mobiele werktuigen vervuilen de lucht en zijn schadelijk voor de gezondheid. Een roetfilter is een filter dat op een mobiel werktuig met een dieselmotor aangebracht kan worden.
Nieuwe mobiele machines zijn schoner en zuiniger. Er zijn grote verschillen in emissies en brandstofgebruik.
Oudere motoren zorgen voor veel meer luchtvervuiling dan nieuwere motoren. Zo stoot een werktuig van 9 jaar oud al snel 3 keer meer NOx en de helft meer fijnstof uit. Zelfs bij goed onderhoud zijn de emissies ruim 60% hoger dan bij nieuwe voertuigen.
Wanneer op een plek niet gewerkt wordt, komt er geen houtmot/ lasdamp vrij en is daar op dat moment geen (stof)afzuiging nodig. Door de (stof)afzuiging bij de betreffende werkplek af te sluiten (handmatig, maar bij voorkeur automatisch) kan de capaciteit van de centrale stofafzuiging worden verlaagd. Dat kan met een frequentieregeling.
Abonneer je op onze doe-het-zelf-nieuwsbrief met inspirerende voorbeelden, hulpmiddelen en maatregelen om met je bedrijf of organisatie te werken aan duurzaam ondernemen. Max. 10 keer/jaar.
Je ontvangt een e-mail om je aanmelding te bevestigen.