Een ondersteuningsventilator aan het plafond blaast warme lucht van boven in een ruimte naar beneden naar werkplekniveau. De inregeling is bijzonder kritisch. Als de ventilatoren te langzaam draaien werkt het systeem niet, maar ook niet als de ventilatoren te snel draaien (omdat dan op werkniveau een "koude wind" kan gaan waaien).
Voor individuele gebouwen is kleinschalige warmtekrachtkoppeling (WKK), op basis van een gasmotor, een optie. Hierbij drijft een gasgestookte motor een generator aan. De warmte die vrijkomt via de koeling van de motor en via de rookgassen kan nuttig worden gebruikt voor de verwarming van het gebouw of voor de productie van warm tapwater. Over het algemeen is warmtekracht rendabel voor grotere warmtegebruikers, vanaf 200.000 m3 aardgas per jaar.
Bij productieprocessen waar rook, stof of damp vrijkomt is het voordelig om gebruik te maken van lokale afzuiging (bronafzuiging) in plaats van algemene afzuiging. Bij lokale afzuiging wordt op de plaats waar de vervuiling ontstaat de lucht afgezogen. Met deze maatregel daalt het energieverbruik ten opzichte van afzuigen via de ruimteventilatie. Hierdoor wordt ook energie bespaard op ruimteverwarming (tot 70%).
Ventileer ´s nachts met verse buitenlucht gedurende de warme periode (zomer). Hierdoor koelt het gebouw af, waardoor de binnentemperatuur overdag minder hoog oploopt en dus minder koeling nodig is.
Verlichting kan worden afgestemd op de aanwezigheid van mensen en/of de verlichtingsbehoefte. Dit kan door het aanbrengen van meerdere lichtschakelgroepen die elk apart aan- of uitgezet kunnen worden met gewone schakelaar of op basis van daglicht- of aanwezigheidssensoren. Deze maatregel leidt tot een gemiddelde energiebesparing voor verlichting van 15%.
Een tijdschakelklok kan worden toegepast om de verlichting uit te schakelen als hier geen behoefte aan is. De schakelaar kan gekoppeld zijn aan een armatuur, aan de verlichting in een ruimte of aan de verlichting van het gehele gebouw. Deze maatregel leidt tot een verlaging van het elektriciteitsgebruik tussen de 10 en 25%.
Plaats in ruimten die niet continu bemenst zijn aan- of afwezigheidsdetectie (ook wel bewegingsmelder). Met sensoren wordt vastgesteld of iemand in het vertrek is. Is dit niet het geval, dan schakelt de verlichting na een bepaalde tijd automatisch uit.
Met een daglichtafhankelijke regeling wordt de hoeveelheid kunstlicht afgestemd op de lichtbehoefte, afhankelijk van de hoeveelheid daglicht. De daglichtafhankelijke regeling kan gekoppeld worden aan een lamp, een lichtstraat of de gehele verlichting in een gehele ruimte. Besparing op het elektriciteitsverbruik voor verlichting tot 50%. Wanneer daglicht beperkt is, zal de besparing 20 tot 30% zijn.
Abonneer je op onze doe-het-zelf-nieuwsbrief met inspirerende voorbeelden, hulpmiddelen en maatregelen om met je bedrijf of organisatie te werken aan duurzaam ondernemen. Max. 10 keer/jaar.
Je ontvangt een e-mail om je aanmelding te bevestigen.