Faciliteiten: KoelcellenGebouw: Warmte- en koudeverlies
GB5, GB6, FH1
Deze maatregel is wettelijk verplicht
Brandstof & warmte
In het kort
Vervang enkel glas en ouderwets dubbel glas door hoog-rendementsglas, minimaal HR++-glas en liever HR+++-glas in gebouwen met hoge binnentemperaturen (bijv. zorg of zwembad) of lange gebruikstijden (bijv. detailhandel).
Kieren kunnen gedicht worden met deurrubbers, PUR-schuim of kitten. Kieren tussen kozijn en muur moeten van binnenuit worden gedicht met bijv. elastisch blijvende kit. Voor ramen en deuren kunnen banden, strips of tochtprofielen gebruikt worden. Borstels kunnen worden toegepast aan de onderzijde van (schuif)deuren en aan de binnenkant van brievenbussen.
Als slechts een klein gedeelte van het gebouw in gebruik is (en het overige deel geen of minder warmtebehoefte heeft), wordt de volledige capaciteit van de cv-ketel ingeschakeld om het kleine gedeelte van het gebouw te verwarmen. De ketelverliezen zijn dan groot in verhouding met de nuttig gebruikte warmte. Hier zijn energiezuinige alternatieven voor.
Gasgestookte stralingsverwarming warmt niet de lucht op, maar voorwerpen en personen. Door de lagere luchttemperatuur zijn warmteverliezen door openstaande deuren en ventilatie lager, dan bij luchtverwarming met heaters of radiatoren.
Circulatiepompen in verwarmingsinstallaties draaien vaak het hele jaar door. Door pompschakeling is de pomp alleen in bedrijf als dit nodig is. Bij langdurige stilstand (veelal in de zomer) wordt de pomp af en toe ingeschakeld om vastzittende waaiers te voorkomen. Door schakeling (en/of eventueel toerenregeling) van de circulatiepomp(en) op tijd, temperatuur en/of druk wordt het warmwater debiet aangepast aan de warmtebehoefte.
Ruimtethermostaten en thermostaatkranen op de radiatoren zorgen voor de juiste temperatuur in een ruimte op het juiste moment. Plaats ze waar individuele naregeling ontbreekt en de ruimte regelmatig te warm is.
Warmtepompen zijn systemen die op efficiënte wijze warmte uit de omgeving (lucht, bodem, water) onttrekken en deze warmte afgeven op een bruikbaar hoger temperatuurniveau.
Een ondersteuningsventilator aan het plafond blaast warme lucht van boven in een ruimte naar beneden naar werkplekniveau. De inregeling is bijzonder kritisch. Als de ventilatoren te langzaam draaien werkt het systeem niet, maar ook niet als de ventilatoren te snel draaien (omdat dan op werkniveau een "koude wind" kan gaan waaien).
Abonneer je op onze doe-het-zelf-nieuwsbrief met inspirerende voorbeelden, hulpmiddelen en maatregelen om met je bedrijf of organisatie te werken aan duurzaam ondernemen. Max. 10 keer/jaar.
Je ontvangt een e-mail om je aanmelding te bevestigen.