Duurzaam verlichten begint met het optimaal gebruik van daglicht, dat wil zeggen bij een goed ontwerp van de daglichtopeningen (ramen, lichtkoepels, lichtstraten en glasstroken in scheidingswanden). Enerzijds kost dit minder energie voor verlichting. Maar minstens zo belangrijk: mensen vinden daglicht prettig.
Als je de zolder onder een schuin dak niet gebruikt als verblijfsruimte, isoleer dan de vloer. Voordelen hiervan: je bespaart meer energie, er is minder isolatiemateriaal nodig, het is eenvoudiger en kost minder werk.
Gemiddeld lekt 2 tot 5 % van het synthetisch koudemiddel weg per jaar. Dit is zeer belastend voor het milieu. Je vermindert de milieubelasting door periodiek op lekkages te laten controleren. Bij vervanging kies je voor een installatie met een laag lekpercentage, die niet gebaseerd is op compressiekoeling, die werkt op natuurlijke koudemiddelen zoals ammoniak (NH3), propaan (of isobutaan) en CO2. Deze zijn minder milieubelastend dan synthetische koudemiddelen.
Een vergistinginstallatie kan zowel in een agrarisch gebied als op een industrieterrein geplaatst worden. Met een vergistingsinstallatie wek je zelf duurzame energie op, in plaats van gebruik van aardgas en fossiele brandstoffen. Dit vermindert direct de uitstoot van broeikasgassen.
Het is mogelijk de temperatuur per vertrek vraagafhankelijk te regelen. Dat betekent dat warmte en/of koude (vaak in combinatie met ventilatielucht) alleen in die vertrekken wordt afgegeven waar mensen zijn en dat de hoeveelheid wordt aangepast aan de eisen voor die ruimte. Dit gaat op basis van aanwezigheidsdetectie (die eventueel gelijk de verlichting kan schakelen) en bij voorkeur in combinatie met een instelbare temperatuurregeling per vertrek. In de regeling kan gelijk de ventilatie per vertrek worden geĂŻntegreerd.
Noodverlichting brandt continu en verbruikt daardoor, ondanks het lage vermogen, jaarlijks veel elektriciteit. Een zeer zuinig alternatief is led-vluchtwegverlichting. Dat gebruikt maar 50% van het vermogen van TL-vluchtwegverlichting, waardoor de batterij langer meegaat. Ook de lamp gaat langer mee en dit samen bespaart fors op de jaarlijkse onderhoudskosten.
Met tussenmeters kan het energie- of waterverbruik van gebouwdelen, bedrijfsonderdelen of een installatie apart bemeterd worden. Door het plaatsen van een tussenmeter voor gas, elektriciteit en water, krijgt de gebruiker meer inzicht. Daarmee kan sneller worden opgetreden als een afwijking wordt geconstateerd en/of het werkelijke verbruik in rekening gebracht worden.
Veel elektrische apparaten zijn voorzien van een energielabel dat aangeeft hoe zuinig het apparaat is in zijn klasse. A (of soms nog A+++) is het meest zuinig en G is het minst zuinig. Apparaten met een goed energielabel zijn iets duurder in de aanschaf, maar goedkoper in het gebruik. Gemiddeld bespaar je per labelstap 10 tot 20% elektriciteit.
Abonneer je op onze doe-het-zelf-nieuwsbrief met inspirerende voorbeelden, hulpmiddelen en maatregelen om met je bedrijf of organisatie te werken aan duurzaam ondernemen. Max. 10 keer/jaar.
Je ontvangt een e-mail om je aanmelding te bevestigen.