Ontwikkel een duurzaam mobiliteitsbeleid met heldere doelen en een actieplan om de impact van het vervoer van jouw organisatie op klimaat en de leefomgeving te beperken. Splits dit in ieder geval uit in de categorieën woon-werkverkeer en zakelijk verkeer. Voeg daar goederenvervoer, bezoekersverkeer, personenvervoer en of mobiele werktuigen aan toe indien dit van toepassing is op jouw organisatie. Zorg vervolgens dat de maatregelen uit het beleid planmatig worden uitgevoerd, en monitor of de gestelde doelen behaald worden.
Vervang onzuinige ventilatoren (i.i.g. IE1 van meer dan 5,5 kW) door ventilatoren van klasse IE4 of hoger. Hierdoor neemt de efficiëntie toe en wordt energie bespaard.
Vervang in de luchtbehandelingskast (LBK) de ventilatorsectie met oude indirect gedreven slakkenhuisventilatoren door direct gedreven ventilatoren (plugfans). Onderzoek het vervangen van ventilatoren met klasse IE1, IE2 en IE3.
Met een flow-drukregelaar (regelklep direct na het buffervat) in een persluchtnet kunnen schommelingen in de persluchtvraag worden uitgebalanceerd. Deze maatregel bespaart energie.
Door het aansluiten van een (extra) buffervat op het bestaande persluchtnet kan meer perslucht opgeslagen worden, waardoor het aantal starts en stops van de compressor wordt beperkt.
Installeer, in een vrachtwagen of bus, parallel aan het normale oliefiltersysteem een fijne filter, dat de kleine deeltjes uit de olie haalt. Doordat de olie beter gezuiverd wordt hoeft deze minder vaak ververst te worden. Deze maatregel bespaart op de grondstofkosten van de olie en de afvalverwerkingskosten van afgewerkte olie.
In een hybride warmtepompsysteem levert de warmtepomp de basislast voor verwarming, terwijl de gasketel bijspringt als de warmtevraag groot is. Het is voor bestaande bedrijfspanden een relatief eenvoudige en financieel interessante maatregel om het gasverbruik en de CO2-uitstoot vergaand te verlagen.
Infraroodpanelen zijn soms een alternatief voor aardgasgestookte verwarming 1) in ruimten met beperkte gebruikstijden, 2) in ruimten waar mensen in een klein deel van de ruimte werken en 3) als aanvulling op lagetemperatuurverwarming (bijvoorbeeld met warmtepomp) in matig geïsoleerde gebouwen, waar de lagetemperatuurverwarming op zeer koude dagen het gebouw onvoldoende kan opwarmen. Ze zijn minder geschikt in ruimten die volledig en continu verwarmd moeten worden.
Het energieverbruik van computeractiviteit wordt voornamelijk bepaald door 1) de mate van verlichting nodig van het scherm, en 2) de hoeveelheid dataverwerking (energieverbruik in serverruimte of datacenter). Verlaag dit energiegebruik door een aantal kleine gedragsmaatregelen toe te passen die de mate van verlichting en hoeveelheid dataverwerking naar beneden te brengen.
Computerapparatuur heeft een relatief korte levensduur. Er zijn regelmatig (natuurlijke) momenten om te kiezen voor duurzame alternatieven. Overweeg allereerst of de apparatuur langer mee kan. Als nieuwe apparatuur nodig is, kies dan voor energiezuinige opties 1) zonder overbodige extra functies, 2) laptops of thin clients, 3) apparatuur met relatief goede energieprestaties.
Abonneer je op onze doe-het-zelf-nieuwsbrief met inspirerende voorbeelden, hulpmiddelen en maatregelen om met je bedrijf of organisatie te werken aan duurzaam ondernemen. Max. 10 keer/jaar.
Je ontvangt een e-mail om je aanmelding te bevestigen.