In bedrijfsruimtes waar regelmatig voertuigen in en uit moeten, kan veel energie bespaard worden door de deur te automatiseren. Er moet dan een elektromotor zijn voor de deurbediening, en een naderingsschakelaar voor het open en dicht gaan.
Ruimtethermostaten en thermostaatkranen op de radiatoren zorgen voor de juiste temperatuur in een ruimte op het juiste moment. Plaats ze waar individuele naregeling ontbreekt en de ruimte regelmatig te warm is.
Een ondersteuningsventilator aan het plafond blaast warme lucht van boven in een ruimte naar beneden naar werkplekniveau. De inregeling is bijzonder kritisch. Als de ventilatoren te langzaam draaien werkt het systeem niet, maar ook niet als de ventilatoren te snel draaien (omdat dan op werkniveau een "koude wind" kan gaan waaien).
Verlichting kan worden afgestemd op de aanwezigheid van mensen en/of de verlichtingsbehoefte. Dit kan door het aanbrengen van meerdere lichtschakelgroepen die elk apart aan- of uitgezet kunnen worden met gewone schakelaar of op basis van daglicht- of aanwezigheidssensoren. Deze maatregel leidt tot een gemiddelde energiebesparing voor verlichting van 15%.
Plaats in ruimten die niet continu bemenst zijn aan- of afwezigheidsdetectie (ook wel bewegingsmelder). Met sensoren wordt vastgesteld of iemand in het vertrek is. Is dit niet het geval, dan schakelt de verlichting na een bepaalde tijd automatisch uit.
Met een daglichtafhankelijke regeling wordt de hoeveelheid kunstlicht afgestemd op de lichtbehoefte, afhankelijk van de hoeveelheid daglicht. De daglichtafhankelijke regeling kan gekoppeld worden aan een lamp, een lichtstraat of de gehele verlichting in een gehele ruimte. Besparing op het elektriciteitsverbruik voor verlichting tot 50%. Wanneer daglicht beperkt is, zal de besparing 20 tot 30% zijn.
Abonneer je op onze doe-het-zelf-nieuwsbrief met inspirerende voorbeelden, hulpmiddelen en maatregelen om met je bedrijf of organisatie te werken aan duurzaam ondernemen. Max. 10 keer/jaar.
Je ontvangt een e-mail om je aanmelding te bevestigen.