Gasgestookte stralingsverwarming warmt niet de lucht op, maar voorwerpen en personen. Door de lagere luchttemperatuur zijn warmteverliezen door openstaande deuren en ventilatie lager, dan bij luchtverwarming met heaters of radiatoren.
Circulatiepompen in verwarmingsinstallaties draaien vaak het hele jaar door. Door pompschakeling is de pomp alleen in bedrijf als dit nodig is. Bij langdurige stilstand (veelal in de zomer) wordt de pomp af en toe ingeschakeld om vastzittende waaiers te voorkomen. Door schakeling (en/of eventueel toerenregeling) van de circulatiepomp(en) op tijd, temperatuur en/of druk wordt het warmwater debiet aangepast aan de warmtebehoefte.
Ruimtethermostaten en thermostaatkranen op de radiatoren zorgen voor de juiste temperatuur in een ruimte op het juiste moment. Plaats ze waar individuele naregeling ontbreekt en de ruimte regelmatig te warm is.
Een zonnecollector op het dak, met een oriëntatie tussen zuidoost en zuidwest, haalt warmte uit zonlicht en warmt daarmee water op in de boiler. Dit water wordt gebruikt voor tapwaterverwarming of ruimteverwarming. Een zonneboiler heeft nog wel naverwarming nodig. Het netto resultaat blijft een interessante energiebesparing.
Een groot deel van de warmte die vrijkomt bij de pomp van een vacuĂĽmsysteem is beschikbaar voor nuttig gebruik. Toepassingen zijn bijvoorbeeld het droogproces, ruimteverwarming, of warm water voor proces, wasserijwater of schoonmaak.
Een ondersteuningsventilator aan het plafond blaast warme lucht van boven in een ruimte naar beneden naar werkplekniveau. De inregeling is bijzonder kritisch. Als de ventilatoren te langzaam draaien werkt het systeem niet, maar ook niet als de ventilatoren te snel draaien (omdat dan op werkniveau een "koude wind" kan gaan waaien).
Bij productieprocessen waar rook, stof of damp vrijkomt is het voordelig om gebruik te maken van lokale afzuiging (bronafzuiging) in plaats van algemene afzuiging. Bij lokale afzuiging wordt op de plaats waar de vervuiling ontstaat de lucht afgezogen. Met deze maatregel daalt het energieverbruik ten opzichte van afzuigen via de ruimteventilatie. Hierdoor wordt ook energie bespaard op ruimteverwarming (tot 70%).
Verlichting kan worden afgestemd op de aanwezigheid van mensen en/of de verlichtingsbehoefte. Dit kan door het aanbrengen van meerdere lichtschakelgroepen die elk apart aan- of uitgezet kunnen worden met gewone schakelaar of op basis van daglicht- of aanwezigheidssensoren. Deze maatregel leidt tot een gemiddelde energiebesparing voor verlichting van 15%.
Plaats in ruimten die niet continu bemenst zijn aan- of afwezigheidsdetectie (ook wel bewegingsmelder). Met sensoren wordt vastgesteld of iemand in het vertrek is. Is dit niet het geval, dan schakelt de verlichting na een bepaalde tijd automatisch uit.
Abonneer je op onze doe-het-zelf-nieuwsbrief met inspirerende voorbeelden, hulpmiddelen en maatregelen om met je bedrijf of organisatie te werken aan duurzaam ondernemen. Max. 10 keer/jaar.
Je ontvangt een e-mail om je aanmelding te bevestigen.