Het registreren van het brandstofverbruik per voertuig en het gemiddelde brandstofgebruik van het gehele wagenpark geeft inzicht in de stand van zaken en vorderingen op het gebied van brandstofbesparing. Door het regelmatig monitoren van het brandstofverbruik en bespreken met chauffeurs kan gemiddeld 3 tot 5% brandstof worden bespaard. Bij gebruik van automatische registratie en feedback zijn bij beroepschauffeurs besparingen van 7 tot 10% te realiseren.
Het verminderen van de weerstand met de weg (rolweerstand) of de lucht (luchtweerstand) vermindert het brandstofgebruik. Lijn voertuigen goed uit. Zorg voor goede bandenspanning. Schaf eco- of energybanden, oftewel banden met een lagere rolweerstand aan. Verwijder imperials, reclamebordjes en andere uitsteeksels van het dak als deze niet worden gebruikt. Wissel winterbanden bij wisseling van de seizoenen direct om.
Een ritplanningssysteem is een applicatie die de zendingen toewijst aan voertuigen en een optimale route per voertuig bepaalt, rekening houdend met tal van randvoorwaarden. Een goede verdeling van zendingen over voertuigen kan het aantal benodigde voertuigen verminderen. Hierdoor en ook door de optimale route worden kilometers bespaard.
Klein chemisch afval (kca) of klein gevaarlijk afval (kga) betreft onder andere TL-buizen, spaarlampen, verf, oplosmiddelen, afgewerkte motorolie (niet: frituurvet), kwikhoudende barometers, batterijen en voorwerpen met een interne batterij (bijvoorbeeld een kruimeldief). Maak een keus voor de beste bewaarmiddelen (chemobox, in de oorspronkelijke verpakking houden, etc.) en/of overleg hierover met uw afvalinzamelaar.
Faciliteiten: KoelcellenGebouw: Warmte- en koudeverlies
GB5, GB6, FH1
Deze maatregel is wettelijk verplicht
Brandstof & warmte
In het kort
Vervang enkel glas en ouderwets dubbel glas door hoog-rendementsglas, minimaal HR++-glas en liever HR+++-glas in gebouwen met hoge binnentemperaturen (bijv. zorg of zwembad) of lange gebruikstijden (bijv. detailhandel).
Verlichting kan worden afgestemd op de aanwezigheid van mensen en/of de verlichtingsbehoefte. Dit kan door het aanbrengen van meerdere lichtschakelgroepen die elk apart aan- of uitgezet kunnen worden met gewone schakelaar of op basis van daglicht- of aanwezigheidssensoren. Deze maatregel leidt tot een gemiddelde energiebesparing voor verlichting van 15%.
Plaats in ruimten die niet continu bemenst zijn aan- of afwezigheidsdetectie (ook wel bewegingsmelder). Met sensoren wordt vastgesteld of iemand in het vertrek is. Is dit niet het geval, dan schakelt de verlichting na een bepaalde tijd automatisch uit.
Duurzaam verlichten begint met het optimaal gebruik van daglicht, dat wil zeggen bij een goed ontwerp van de daglichtopeningen (ramen, lichtkoepels, lichtstraten en glasstroken in scheidingswanden). Enerzijds kost dit minder energie voor verlichting. Maar minstens zo belangrijk: mensen vinden daglicht prettig. Denk aan bedrijfshallen en zwembaden waar daglicht (via de gevel) slechts beperkt binnen kan komen. Overweeg daglichttoetreding via het dak bij nieuwbouw of vernieuwing van het dak.
Via garagedeuren en transporttoegangen gaat over het algemeen veel warmte (en soms koude) verloren. Plaats, om tocht en warmteverlies te beperken, in of naast een grote transport- of garagedeur een kleine loopdeur als toegang voor medewerkers.
Abonneer je op onze doe-het-zelf-nieuwsbrief met inspirerende voorbeelden, hulpmiddelen en maatregelen om met je bedrijf of organisatie te werken aan duurzaam ondernemen. Max. 10 keer/jaar.
Je ontvangt een e-mail om je aanmelding te bevestigen.